Bereiding
Snijd de ui in halve ringen en snipper de knoflook.
Snijd de lappen vlees in grove blokken en peper en zout het vlees.
Bak het vlees in een bakpan in boter goudbruin.
Blus het vlees af met de rode wijn, als het vlees een mooie kleur heeft gekregen.
Fruit de ui en knoflook ondertussen in een braadpan.
Doe het vlees en alle sappen in de braadpan bij de ui en knoflook.
Voeg het paprikapoeder en de cayennepeper toe aan het vlees en zet het vlees onder met kippenbouillon of water met kippenbouillonblokjes.
Voeg de tijm en laurier toe aan het vlees.
Doe de deksel op de pan, laat het vlees zachtjes garen op laag vuur en controleer het vlees regelmatig.
Haal het vlees uit de pan als het gaar is.
Proef de bouillon in de pan en breng dit eventueel op smaak met peper en zout.
Bepaal de dikte van de bouillon en voeg eventueel aardappelzetmeel toe om de bouillon dikker te maken.
Bepaal de dikte van de bouillon en voeg eventueel aardappelzetmeel toe om de bouillon dikker te maken.
Kook de rijst 10 minuten in kokend zout water.
Snijd de paprika’s in halve ringen en snipper de knoflook.
Bak de paprika’s en knoflook in de olie aan en strooi de kummel er overheen.
Bord opmaken
Schep eerst de witte rijst op het bord.
Schep op de rijst het vlees met de jus.
Schep ten slotte de groentes op het vlees.
Ingrediënten
500 gr. rib-, sukade- of braadlappen
1 witte ui
1 teentje knoflook
1 mespuntje paprikapoeder
¼ mespuntje/snufje cayennepeper
50 ml rode wijn
1 takje tijm
1 blad laurier
Kippenbouillon of water met kippenbouillonblokjes
Witte rijst
2 stuks rode paprika
1 stuk groene paprika
1 teentje knoflook
Snufje kummel
Scheut zonnebloemolie